fbpx

Waarom is Proshore eigenlijk in Nepal gevestigd? En waarom blijven onze ontwikkelaars daar en halen we geen Nepalees talent naar Nederland? De banen liggen hier immers voor het oprapen! Allebei hele logische vragen, waar ik hieronder met veel plezier antwoord op geef.

Hoe is Proshore in Nepal beland?

Laten we bij het begin beginnen. In 2008 kwam mijn compagnon Haico per toeval in Nepal terecht. Hij wilde vanuit zijn interesse om internationaal te ondernemen een deel van de softwareontwikkeling in het buitenland beleggen. Haico en zijn Nepalese contact Roshan startten daarvoor een samenwerking op met een lokale partner. 

Maar die samenwerking liep helaas al vrij snel spaak. Haico en Roshan hielden in de tijd daarna gelukkig nauw contact. En in 2009 besloten ze om samen een internationaal bedrijf op te zetten. Met een vestiging in Nederland én Nepal. You guessed it: Proshore werd geboren. We startten klein, met 5 FTE. En inmiddels bestaat ons team uit meer dan 60 mensen. And counting trouwens… want we groeien volop!

Waarom halen we geen Nepalees talent naar Nederland?

Maar: waarom blijven we daar? Hier in het Westen zitten we – zoals je ongetwijfeld weet – volop in een war on talent. Vooral technisch talent is ontzettend schaars en kostbaar. En inderdaad: in Nepal en andere Aziatische landen is dat vooralsnog veel minder het geval. Toch hebben we er bewust voor gekozen om geen Nepalese ontwikkelaars permanent hierheen te halen, zoals veel andere recruitmentpartijen wel doen. Ik leg je graag uit waarom.

Nepal is afhankelijk en beïnvloedbaar

De infrastructuur in Nepal laat te wensen over. En de politieke situatie is al jaren instabiel. Er worden wel investeringen gedaan in de economie, maar nauwelijks door de eigen overheid. Het geld komt met name van de twee explosief groeiende economieën waar Nepal tussenin zit: India en China (sinds de aardbeving in 2015). Het land is daardoor economisch zeer afhankelijk. En – omdat het niet op eigen benen kan staan – ontzettend beïnvloedbaar.

Nepal importeert op dit moment 13x meer dan het exporteert. De potentie om een eigen industrie te creëren is er absoluut, maar het gebeurt dus nog te weinig. Een voorbeeld: Nepal heeft de hoogste bergen ter wereld én het meeste water. Dankzij die natuurlijke bronnen zou het de grootste internationale leverancier van groene energie kunnen zijn. Maar op dit moment importeert het land regelmatig ruim 50% van de energie die het nodig heeft uit India

Talentvolle jongeren verdwijnen naar het buitenland

Een ander groot probleem in Nepal is de werkloosheid; die ligt rond de 40%. Logisch natuurlijk. Er is geen sterke economie en dus zijn er ook amper banen. Zeker niet voor hoogopgeleide mensen. Het gevolg is dat dagelijks 1600 mensen vanuit Nepal naar het buitenland vertrekken voor werk. Landen als Australië, Japan en Amerika hebben zijn grootafnemer. Zij hebben zelf te maken met een vergrijzende arbeidspool en een tekort aan nieuwe aanwas. 

Zij werven niet alleen medewerkers in Nepal, maar delen ook actief studievisums uit aan talentvolle studenten. Met baangarantie en andere grote beloftes natuurlijk, in de hoop dat ze na hun studie blijven. Kortom: de talentvolle jongeren die Nepal zouden moeten opbouwen, verdwijnen allemaal naar het buitenland. En als wij daar mensen ‘hunten’ en weghalen, maken we dat probleem alleen maar groter. 

Een exportproduct én toptalent creëren

Dat willen we niet. Integendeel. We investeren veel liever in het land zelf. Ten eerste in het creëren van een exportproduct: Nepalese software die in Nederland wordt verkocht. En ten tweede in het creëren van toptalent. Als wij developmentteams opzetten voor onze klanten, zorgen we namelijk steevast voor een paar opleidingsplekken. 

Voor ieder team leiden we enkele nieuwe mensen op tot softwareontwikkelaar. Meestal mensen die net van de universiteit komen. Die anders niet veel zicht op een baan hadden gehad en daarom wellicht naar het buitenland waren vertrokken. Kortom: we gaan niet voor onze klanten op zoek naar die 1% aan toptalent. We máken die toptalenten veel liever zelf. Wat mij betreft is dat een veel duurzamere manier van werken, waar het land alleen maar beter van wordt. 

We zijn Nepal erg dankbaar

Hoewel we er per toeval beland zijn, heeft Nepal de afgelopen jaren ons hart gewonnen. We zijn het land erg dankbaar. Mijn hoop – en die van mijn collega’s hier in Nederland én Nepal – is dat meer bedrijven dit voorbeeld volgen.